Op Koningsdag, woensdag 27 april, mag en kan iedereen weer naar het gemeentehuis op Urk komen voor een officiële aubade. Naast de gebruikelijke liederen die worden gezongen, zal er een toespraak worden gehouden door burgemeester C. van den Bos. Tevens zal de mooiste Oranjenaam van Koningsdag 2022 en de mooist versierde Oranjebuurt bekend worden gemaakt. 


Programma Aubade

10.00 uur     Welkomstwoord burgemeester C. van den Bos 
10.05 uur     Zingen van “Gelukkig is het land”
10.10 uur     Burgemeester hijst de Urker vlag
10.12 uur     Zingen Urker volkslied
10.20 uur     Zingen Wilhelmus, twee verzen
10.25 uur     Bekendmaking mooiste Oranjenaam Koningsdag 2022 en mooist versierde Oranjebuurt 2022
10.28 uur     Zingen van “In een blauw geruite kiel” en de  “De Zilvervloot”
10.30 uur     Zingen van De Zilvervloot
10.35 uur     Einde aubade

Liederen

1. Gelukkig is het land
Gelukkig is het land,
dat God de Heer’ beschermt,
als daar met moord en brand,
de vijand rondom zwermt
en dat, men meent, hij zal,
‘t schier overwinnen al,
dat dan, dat dan, dat dan,
hij zelf komt tot den val.

Gedankt moet zijn de Heer’,
de God, die eeuwig leeft.
Dat Hij ons ‘t Zijner eer,
deez’ overwinning geeft.
Wat wonder heeft de kracht,
des Heeren al gewrocht,
o Heer’, o Heer’, o Heer’,
hoe groot is Uwe macht.

2. Urker volkslied
Waor al maar dan 1000 jaoren
In de zie een euvel stot
Rustig in de woeste baoren
Daor is meen gebeurtegroend.

Opgewekt is daer ut leven
De bewoeners zo gastvrij
Warm van arte in gul in ‘t gieven
Neuver in de visserije

Mar nou legt ut tussen dikken
‘t IJsselmeer an d’ iene kaant
In daor waor de zie mos wikken
Legt nou vruchtbaor polderlaand

Ouwe zieden binnen verdwienen
Kliederdragt raakt in verval
Mar ut geldt er as vorhienen
Urk dat is een suutendal
Wie d’r is, die blift er al

3. Wilhelmus
Wilhelmus van Nassouwe,
Ben ik van Duitschen bloed.
Den Vaderland getrouwe,
Blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje ben ik vrij onverveerd.
De Koning van Hispanje,
Heb ik altijd geëerd.

Mijn schild en de betrouwe,
Zijt Gij, o God, mijn Heer.
Op u zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmer meer.
Dat ik toch vroom mag blijven Uw dienaar, ‘t allerstond.
De tirannie verdrijven,
Die mij mijn hart doorwond.

4. In een blauw geruite kiel

In een blauw geruiten kiel
draaide hij aan ’t grote wiel
de ganse dag
Maar Michieltjes’ jongens hart
leed ondragelijke smar.
Ach, ach, ach, ach, ach, ach, ach, ach

Als matroosje vlug en net
Heeft hij voet aan boord gezet
Dat hoorde zo
Naar Oost Indië, naar de West
Jongens dat gaat opperbest
Hojo, hojo, hojo, hojo

Daar staat hollands admiraal
nu een man van vuur en staal
De schrik der zee
’t Is een ruiter naar de aard
Glorierijk zit hij te paard
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee

5. De zilvervloot
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord,
De zilveren vloot van Spanje?
Die hadden veel Spaanse matten aan boord
en appeltjes van Oranje.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot,
zijn daden bennen groot
Hij heeft gewonnen de Zilvervloot!

Klommen niet de jongens als katten
in ‘t want?
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjaard duchtig te schand’,
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot,
zijn daden bennen groot.
Hij heeft gewonnen de Zilvervloot