Onderstaande liederen worden tijdens de Aubade gezongen door burgemeester en wethouders. 

De Aubade is te volgen via de livestream. Volg daarvoor deze link.


 

1. Gelukkig is het land
Gelukkig is het land,
dat God de Heer’ beschermt,
als daar met moord en brand,
de vijand rondom zwermt
en dat, men meent, hij zal,
‘t schier overwinnen al,
dat dan, dat dan, dat dan,
hij zelf komt tot den val.

Gedankt moet zijn de Heer’,
de God, die eeuwig leeft.
Dat Hij ons ‘t Zijner eer,
deez’ overwinning geeft.
Wat wonder heeft de kracht,
des Heeren al gewrocht,
o Heer’, o Heer’, o Heer’,
hoe groot is Uwe macht.

2. De zilvervloot
Heb je van de zilveren vloot wel gehoord,
De zilveren vloot van Spanje?
Die hadden veel Spaanse matten aan boord
en appeltjes van Oranje.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot,
zijn daden bennen groot
Hij heeft gewonnen de Zilvervloot!

Klommen niet de jongens als katten
in ‘t want?
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjaard duchtig te schand’,
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen.
Piet Hein, Piet Hein,
Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot,
zijn daden bennen groot.
Hij heeft gewonnen de Zilvervloot

 

3. Urker volkslied
Waor al maar dan 1000 jaoren
In de zie een euvel stot
Rustig in de woeste baoren
Daor is meen gebeurtegroend.

Opgewekt is daer ut leven
De bewoeners zo gastvrij
Warm van arte in gul in ‘t gieven
Neuver in de visserije

Mar nou legt ut tussen dikken
‘t IJsselmeer an d’ iene kaant
In daor waor de zie mos wikken
Legt nou vruchtbaor polderlaand

Ouwe zieden binnen verdwienen
Kliederdragt raakt in verval
Mar ut geldt er as vorhienen
Urk dat is een suutendal
Wie d’r is, die blift er al

4. Wilhelmus
Wilhelmus van Nassouwe,
Ben ik van Duitschen bloed.
Den Vaderland getrouwe,
Blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje ben ik vrij onverveerd.
De Koning van Hispanje,
Heb ik altijd geëerd.

Mijn schild en de betrouwe,
Zijt Gij, o God, mijn Heer.
Op u zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmer meer.
Dat ik toch vroom mag blijven Uw dienaar, ‘t allerstond.
De tirannie verdrijven,
Die mij mijn hart doorwond.